Visie en opdracht

Missie

In co-creatie met scholen voor gewoon en buitengewoon onderwijs, inclusief onderwijs mogelijk maken voor ELK kind.

Het ondersteuningsmodel is een verdere uitrol van het M-decreet.

Visie

Waarom een Ondersteuningsnetwerk?

Leerkrachten krijgen steeds meer te maken met leerlingen die op diverse wijze ontwikkelen en leren. Het is niet altijd duidelijk wat de beste aanpak is voor moeilijkheden die zich voor doen op school. Soms komt men met een goede aanpak op school en verhoogde zorg niet tot een bevredigend resultaat.

Het Ondersteuningsnetwerk Noord-Brabant wil inzetten op het versterken van de scholen voor gewoon onderwijs zodat beter tegemoet kan gekomen worden aan de specifieke onderwijsbehoefte van de lerende.

Ondersteuningsdenken is diversiteitsdenken waarbij we steeds vertrekken vanuit de belangrijke vragen:

  • Wat heeft de leerling/klas nodig om tot leren te komen?
  • Wat hebben de leerkracht en/of het schoolteam nodig om tegemoet te komen aan deze noden?

Samen met leerkrachtenteams gaan we aan de slag met deze vragen en dit op een doelgerichte en handelingsgerichte wijze. We stappen in een WIJ-verhaal waarbij gelijkgerichtheid en afstemming op de leervraag van de leerkracht/school centraal staat.

De ondersteuning kan zowel schoolteam-,leerkracht- als leerlinggericht zijn. We gaan hierbij activerend ondersteunen waarbij de leervraag van de leerkracht of school het startpunt vormt.

De duur van een traject is flexibel, steeds op maat en vertrekkende vanuit de leervraag van de leerkracht of de school. Het traject wordt stopgezet op het moment dat de leerkracht zelfstandig verder kan met de aangeboden ondersteuning.

Naast het organiseren van ondersteuningen zetten wij ook in op het professionaliseren van de ondersteuners zodat schoolteams, leerkrachten en leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften maximale kansen krijgen om zich te ontplooien. We beogen hierbij steeds het effect tot op de klasvloer en het verhogen van de leerwinst.

De volgende focussen maken de werkingsprincipes van het ondersteuningsmodel concreet.

Co-Creatie

Gewone en buitengewone scholen brengen op gelijkwaardige basis en in co-creatie de expertise samen om leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften (SOB) en de leraren(teams) die met deze leerlingen werken, te ondersteunen.

  • Samenwerking buitengewoon en gewoon onderwijs
  • Leerkrachten en ondersteuners delen hun expertise op gelijkwaardige basis
  • Ze inspireren en motiveren elkaar
  • Ze werken samen op basis van concrete afspraken en bouwen verder op wat werkt
  • Met respect voor ieders expertise wordt er samen naar oplossingen gezocht

Ondersteuning op maat

Het ondersteuningsmodel werkt vraag gestuurd

  • Ondersteuning kan leerling-, leerkracht- of teamgericht zijn
  • Centraal staan de SOB van de leerling en de ondersteuningsnoden van de leerkracht(en) en/of het schoolteam
  • De school bepaalt samen met de ouders, met het CLB en met een school voor BuO de ondersteuning op maat, op basis van de noden.

Flexibele inzet van tijd, aard en intensiteit van de ondersteuning

We zetten de ondersteuningstijd flexibel in afhankelijk van de noden. Extra aandacht gaat uit naar leerkracht- en teamgerichte ondersteuning.

  • Het ONW krijgt de finale verantwoordelijkheid om de beschikbare begeleidingseenheden flexibel te verdelen op basis van de ondersteuningsnoden die gesteld worden. Zij doet dit in samenspraak met de gewone school, het CLB en de ouders.
  • Flexibiliteit in volume (aantal uren) en tijdsduur. De ondersteuning gebeurt zolang als nodig en niet langer dan nodig (de leerkracht kan op eigen kracht verder)
  • Ondersteuning kan meer flexibel worden ingezet, ook in de loop van een schooljaar.

Efficiënte Inzet

De ondersteuningstijd bundelen zodat er geen versnippering van opdrachten gebeurt.

  • Een ondersteuner wordt verbonden met een beperkt aantal scholen om een constructief partnerschap op te bouwen.
  • Reistijden van ondersteuners beperken.
  • Ondersteuning wordt geboden tot de leerling en het lerarenteam op eigen kracht verder kunnen.

Maximaal effect op de klasvloer

De ondersteuning is voelbaar, heeft effect tot op de klasvloer of de schoolomgeving (speelplaats).

  • De ondersteuning is voelbaar tot op de klasvloer.  Dit betekent niet dat de ondersteuner steeds aanwezig is in de klas. Een leerling tijdelijk/occasioneel uit de klas halen is mogelijk en het blijft steeds de bedoeling om de leerling zoveel mogelijk te laten participeren in het klasgebeuren.
  • Coaching door overleg met de leerkracht en samenwerking in de klas.

Zorgregie blijft in de gewone school

Eigenaarschap en regie van een leerlingenbegeleiding blijft bij de school.

  • Uitbouw van de brede basiszorg en de verhoogde zorg (fase 0 en 1) is in handen van de school.
  • Zij worden op hun zorgbeleid geëvalueerd door de inspectie.
  • Ondersteuners hebben hier een aanvullende en ondersteunende rol (suggesties naar olievlek-principe).

Recht op ondersteuning

Het CLB beslist of een leerling recht heeft op ondersteuning.

  • In geval van een inschrijvingsverslag, een gemotiveerd verslag en verslag, dit in combinatie met een concrete ondersteuningsvraag van de school, biedt recht op ondersteuning.
  • Alternatieven: versterking van de brede basiszorg, opstarten van een HGD-traject in overleg met CLB, enz.
  • Gedurende het hele schooljaar kunnen vragen naar ondersteuning gesteld worden aan het ondersteuningsnetwerk.
  • In samenspraak met de schoolpartner wordt (al dan niet na prioritering) beslist welke ondersteuningsvragen aan bod zullen komen. De geboden ondersteuning kan leerkracht-, team- of leerlinggericht zijn en deze dient  voelbaar zijn tot in de klas.

Professionalisering

Verbreden van de expertise en de ondersteuner als generalist.

  • De aanwezige expertise wordt in elk team verbreed en verdiept via intervisie, werkgroepen en vorming.
  • De inzet van verschillende disciplines vanuit verschillende contexten (leerkracht basisonderwijs of secundair onderwijs, GON of pre-waarborg ervaring, logopedist, kinesist, orthopedagoog, psycholoog, ) is verrijkend.
  • Ondersteuners kunnen ingezet worden in het gewoon basis- en/of gewoon secundair onderwijs.
Scroll to Top